Oriënteren

Het creatieve proces: oriënteren

In de fase van oriënteren draait alles om nieuwsgierigheid, het prikkelen van de verbeelding en het gebruiken van de zintuigen. Nodig leerlingen uit om het thema of de opdracht te verkennen door te kijken, te luisteren, te voelen en te ontdekken. In deze fase geef je leerlingen de vrijheid om hun eigen associaties te maken, prikkel je de fantasie en worden ze uitgedaagd om hun eigen ideeën, inzichten en indrukken te verkennen.  

  • Laat een kunstwerk zien dat de leerlingen uitnodigt om vrij te interpreteren. 
  • Laat muziek horen die hen doet fantaseren over een verhaal dat daar goed bij zou passen. Schep ruimte om het thema of de opdracht vanuit verschillende hoeken te benaderen. 
  • Bekijk en bespreek met je leerlingen een schilderij van Mondriaan. Je vraagt ze eerst in stilte te kijken en vervolgens te benoemen wat ze zien. Daarna luister je samen naar muziek die een emotie oproept die aansluit bij de kleuren en vormen in het schilderij. 

In de reflectie kan je vragen stellen als:

  • Heb je het probleem of thema van alle kanten bekeken?  
  • Is er nog meer te ontdekken?