Culturele vaardigheden
Cultuur is de manier waarop mensen vorm en betekenis geven aan de wereld om zich heen. Deze betekenis kan persoonlijk zijn. Kunst en cultuur kunnen je bijvoorbeeld raken, interesseren of een spiegel voorhouden. Wat het met je doet, hangt af van je persoonlijke opvattingen en voorkeuren. Wanneer kinderen opgroeien ontwikkelen zij hun eigen referentiekader of ‘culturele bril’. Dit noemen we cultureel bewustzijn.
Maar hoe stimuleer je als leerkracht deze ontwikkeling?
In het onderwijs wordt dit bewustzijn ontwikkeld aan de hand van 4 culturele vaardigheden. Het zijn basisvaardigheden die mensen gebruiken om hun werkelijkheid te begrijpen en vorm te geven. De 4 culturele vaardigheden zijn:
Waarnemen
Waarnemen, ervaren en observeren
Tot en met 4 jaar
Het verzamelen van nieuwe informatie door middel van zintuigen zoals zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Waarnemen helpt bij het herkennen en onthouden van dingen.
Verbeelden
Verbeelden, fantaseren en creëren
5 tot 8 jaar
Het vermogen om iets nieuws te creëren of voor te stellen. Dit kan een fysieke uitdrukking zijn zoals een tekening of dans, maar ook een idee of plan. Verbeelding stimuleert creativiteit en innovatie.
Conceptualiseren
Conceptualiseren, kennis vergaren en een mening vormen
8 tot 14 jaar
Het benoemen en interpreteren van waargenomen informatie. Dit omvat het vormen van begrippen en het omzetten van concrete ervaringen in abstracte concepten, zoals woorden of symbolen.
Analyseren
Analyseren, verklaren en verbanden leggen
Vanaf 14 jaar
Het onderzoeken van structuren en patronen in de werkelijkheid. Analyseren omvat het testen van gegevens, het leggen van verbanden en het verklaren van complexe systemen.
