Systemisch Transitie Management

Systemisch Transitie Management


Drie zware woorden: Systemisch Transitie Management. Ze klinken misschien niet meteen inspirerend, maar de theorie is zeer waardevol voor jouw werk als ICC’er. Een belangrijke taak van de ICC’er is het creëren van draagvlak. Wat doe je als er weinig betrokkenheid is of zelfs weerstand ontstaat? STM helpt je de oorzaak van die weerstand te vinden. Vergeet niet: weerstand bevat waardevolle informatie om je veranderplan op het gebied van cultuuronderwijs te laten slagen.

De drie woorden uitgelegd

STM combineert veranderkunde met systeemdenken. Dat betekent: je kijkt naar je school als een geheel, een systeem.

  • Management & Transitie gaan over veranderkunde. Hoe leid je verandering en hoe begeleid je anderen hier doorheen?
  • Systemisch komt voort uit de psychologie en het systeemdenken. Het ziet organisaties als levende systemen die niet van verandering houden. Een systeem (zoals je team of de school) bestaat uit onderdelen (mensen) die bijdragen aan het geheel. Als een deel verandering wil, reageert het systeem automatisch met een tegenbeweging om de status quo te behouden. Het wil terug naar de comfortzone.

Het systeemdenken geeft antwoord op de vraag wat er in systemen gebeurt en hoe dat gebeurt. Met dit inzicht kun je gerichter sturen. Je ziet beter wat er gebeurt — en waar je invloed hebt.

Bovenstroom en onderstroom

STM draait om het beïnvloeden van menselijk gedrag tijdens verandering. Veel verandertrajecten richten zich vooral op de bovenstroom. Maar echte verandering ontstaat pas als je ook de onderstroom meeneemt.

  • De bovenstroom (hard): De feitelijke, rationele kant. Denk aan functies, bevoegdheden, structuur, processen, materialen, geld en roosters. Dit zijn zaken waar je direct invloed op hebt en die vaak helder zijn.
  • De onderstroom (zacht): De emotionele kant. Denk aan onderlinge dynamiek, gedrag en emoties. Dit maakt verandering spannend. Pas als je de onderstroom beheerst en het gedrag van mensen daadwerkelijk weet te beïnvloeden, is de verandering geslaagd.
Bovenstroom en onderstroom